De verfmakers uit de geschiedenis

Vorige Artikel 8 van 8

1 8 juni 2019

Door verf te gaan maken, stap ik in een lange en rijke ambachtsgeschiedenis. Verfmakers werden kleurmannen* genoemd (vrouwelijke verfmakers zijn een zeldzaamheid in de geschiedenis) en dit beroep ontstond in het midden van de 17e eeuw. Daarvoor maakten schilders, of hun leerlingen, hun eigen verf en het beroep van kunstschilder werd dan ook als een ambacht gezien en niet als kunstenaarschap. Leerlingen van kunstenaars moesten eerst jarenlang hun tijd besteden aan het maken van verf voor hun meesters, voordat het ze toegestaan werd zelf een penseel ter hand te nemen.

Toen meer en meer schilders er genoeg van kregen om een groot deel van hun tijd bezig te zijn met het verzamelen en verwerken van pigmenten en het maken van verf, werd deze taak overgedragen aan de 'kleurmannen'. Sommige van deze kleurmannen waren eerst handelaren in exotische luxegoederen, zoals chocola en vanille. Zij begonnen pigmenten toe te voegen aan hun assortiment en na verloop van tijd begonnen zij zelf verf te bereiden en penselen te maken. Er zijn gevallen bekend van onbetrouwbare kleurmannen die verf van slechte kwaliteit verkochten, maar er waren ook kunstschilders die een goede relatie hadden met hun kleurman. Vincent van Gogh bijvoorbeeld schilderde zelfs drie portretten van zijn kleurman Père Tanguy. (Van Gogh is natuurlijk beroemd om zijn olieverfdoeken, maar heeft ook meer dan 100 aquarellen gemaakt!)

Het vroege gebruik van aquarel

Olieverf werd pas uitgevonden in de Renaissance, dus voor die tijd waren de enige beschikbare verfsoorten op waterbasis, in de vorm van fresco (aquarel op gepleisterde kalk), tempera (met eigeel als bindmiddel), gouache (dekkende aquarelverf die kalk bevat) en de transparante aquarelverf zoals ik die nu maak. De schildering van Michelangelo in de Sixtijnse Kapel is een van de meest bekende voorbeelden van het vroege gebruik van aquarelverf.

De evolutie van aquarelverf

Tot laat in de 18e eeuw werd aquarelverf in grote droge hompen verkocht die geraspt moesten worden, makkelijk barstten en snel uitdroogden. Dat was totdat William Reeves, een jongeman die in dienst was van een kleurman, uitvond dat het toevoegen van honing aan de verf ervoor zorgde dat die niet zo uitdroogde en dat de verf in mallen gevormd kon worden. Dat was het moment, in het jaar 1766, waarop er voor het eerst verfdozen gemaakt werden die enigszins lijken op de aquareldoos zoals we die nu kennen. In 1832 gingen de scheikundige William Winsor en kunstschilder Henry Newton een samenwerking aan en ontdekten dat het toevoegen van glycerine (een substantie die werd gewonnen uit dierlijke oliën en die water vasthoudt) de verf makkelijker terug te natten maakt en dus direct uit het napje te gebruiken. Dat is de reden dat vanaf die tijd veel meer landschappen geschilderd werden; er kon makkelijker in de buitenlucht geschilderd worden. Vanaf de industriële revolutie is het maken van verf steeds meer door machines overgenomen en is het beroep van kleurman zo goed als verdwenen. Met Kaia Natural Watercolor probeer ik dit prachtige ambacht weer nieuw leven in te blazen. Vandaag de dag gebruik ik plantaardige glycerine in mijn verf. Honing wordt nog steeds wel eens gebruikt bij het maken van aquarelverf, maar ik ben van mening dat het gebruik van glycerine de honing overbodig maakt. Ik heb toen ik verf leerde maken zowel verf met als zonder honing gemaakt en prefereerde de variant zonder honing, net als mijn testteam van kunstenaars.  

*vertaling van het Engelse woord 'colormen'.

Ik hoop dat je dit kijkje in de rijke geschiedenis van de kunst interessant vond!  Wil je mijn nieuwe blogs niet missen? Schrijf je dan in voor mijn nieuwsbrief en ik hou je op de hoogte!


© 2019 - 2020 Kaia natural watercolor | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel